Borracho, cansado

Ik moet echt dringend meer dingen op gaan schrijven. Hier gaat het natuurlijk allemaal prima en eigenlijk maakt het helemaal niet zoveel uit wat er gebeurt maar het is toch wel aangenaam als ik het voor mezelf een beetje op een rijtje zet. Dit wordt dus zo’n fijne vandaag-deden-we-dit-en-daarna-deden-we-dat-en-toen-gingen-we-dat-doen weblog met het gevoel alsof je er echt bij bent en de groetjes aan de buurvrouw. Veel te lang ook.

We zouden eigenlijk excursie hebben met ons Spaans-klasje op donderdag, omdat iedereen dan over het algemeen een flinke kater heeft van ladies night. Helaas was het donderdag kloteweer waardoor we een Spaanse film over een bolletjesslikster hebben gekeken (met ladiesnight-kater, wonder dat we wakker gebleven zijn). Op vrijdag zijn we uiteindelijk wél gegaan, richting El Panecillo, wat best wel gaaf was. Quito ligt in een dal tussen twee flinke bergen in, waardoor de stad zo’n 60 km lang is. Hoogbouw kennen ze amper, ze hebben de stad meer een beetje uitgesmeerd door het dal heen. Vanaf El Panecillo kijk je dus ongeveer uit over 30 km stad de ene kant op, en 30 km stad de andere kant op.

Uitzichtje, klasje en Virgen de Quito

Toen Martín uitgepraat was over de stad en het standbeeld zijn we afgezakt richting een enorme begraafplaats. Omdat Ecuador een streng katholiek land is moet iedereen begraven, wat in een stad als Quito (1,6 mln inwoners) niet zo heel praktisch is. Wat je dan dus krijgt zijn 5 verdiepingen vol met kleine hokjes waarin mensen ‘begraven’ zijn. De regering betaalt één jaar, daarna is het voor veel mensen niet meer op te brengen en wordt het hokje leeggehaald voor de volgende. Het verschil tussen arm en rijk is ook goed te zien, sommige families hebben een mausoleum zo groot als een klein huis, terwijl anderen niet eens een versiering op de sluitsteen van hun graf hebben staan. Heel indrukwekkend en bizar hoe gigantisch de begraafplaats eigenlijk is. Een ander detail is dat kleine kinderen wél begraven worden, wat dus niet zo’n heel lekkere realisatie is als je langs een veld met honderden kleine grafsteentjes loopt.

Begraafdorp

Op zaterdag ben ik met Puck en Milou naar de wereldberoemde markt van Otavalo gegaan, wat door de regen niet veel meer was dan een paar verzopen kraampjes. We hebben wel netjes een rondje gelopen natuurlijk en ik heb een foto gemaakt.

Maandag en dinsdag heb ik weer netjes Spaans gevolgd. We waren nog maar met zijn tweeën want Rolf de boswachter uit Zwitserland ging als vrijwilligerswerk boswachten op een boerderij in Puerto Quito. Dinsdagavond ben ik samen met Lizelotte vertrokken naar Canoa. Lekker met de nachtbus, om 05:30 aankomen terwijl de receptie pas om half 8 opengaat. Lekker slaapje gepakt op een vaag bankje ergens dus superfit aan onze eerste dag begonnen. We hadden grootse plannen en het meeste hebben we ook wel uitgevoerd; daiquiris aan de bar, daiquiris op het strand, daiquiris in de hangmat, martinis in de hangmat (zijn trouwens niet zo lekker als James Bond doet lijken) en bier van een biermexicaan op het strand.

Deze man heeft mijn favoriete look en hij bracht ook nog bier op het strand. Ik kon het zelf ook bijna niet geloven.

We hebben onze tijd voornamelijk op het strand doorgebracht, wat echt wel heel erg dikke prima was omdat er bijna niemand was. De tijd die we niet op het strand waren hebben we vooral in een hangmat vlak bij het strand doorgebracht, gewoon omdat dat kon.

Na Canoa waren we helemaal uitgerust en fit genoeg om de vulkaan Cotopaxi te beklimmen (ongeveer 5000m tot aan het begin van de gletsjer en dus ons eindpunt). Lekker vroeg opstaan, ontbijtje onderweg en stiekem een beetje sterven aan een zuurstofgebrekje, maar we hebben de gletsjer bereikt dus dat is eigenlijk best wel goed.

Ik typ dit vanaf Isla Santa Cruz, Galapagos. Zoals gepland zit ik in het huis van Willian (met een n schrijf je het blijkbaar), met zijn 3 moeilijk grote honden waar ik nog even een beetje aan moet wennen, en zijn vader en moeder die allebei geen woord Engels praten. Was best grappig toen ik op het eiland aankwam en alleen maar wist dat zijn moeder ergens in The Red Mangrove werkt. Onderweg wel 3 Israëlische meiden tegengekomen die ook willen duiken en heel goed zijn in afdingen dus daar kom ik even lekker mee weg. Maar goed, met een hoop handen en voeten en hard nadenken over mijn Spaans heb ik nu wel een bed en goed gegeten. Willian’s vader doet een soort hilarisch buikdansje op zijn stoel na het eten dus ik probeer momenteel gigantisch hard mijn lach in te houden. Zal wel helpen om het eten te laten zakken ofzo, maar het ziet er niet uit. Ik heb net een soort spreekbeurt gehouden over dammen en dijken en Nederland en waarom je in godsnaam een land onder zeeniveau zou nemen. Naast buikdansen na het eten heeft hij ook elektro gestudeerd dus je zou denken dat we iets hebben om over te praten, maar we verstaan elkaar niet echt en als hij niet stopt met buikdansen denk ik dat ik de avond niet haal. Morgen maar proberen om niet opgegeten te worden door die honden hier, dan zal de rest wel goedkomen.